DoRe-gemeente Nijmegen e.o.

Vrij in geloof, verbonden in gemeenschap
Meedoen!

Pinksteroverweging 2018

… er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten en allen werden vervuld van de heilige Geest …
(Handelingen 2)

Woorden die u vermoedelijk wel kent. Ze staan in het begin van het Pinkster-evangelie; zo kun je Handelingen 2 wel noemen. Ze beschrijven dat wonderlijke verhaal van het pinkstervuur, het licht van de liefde, dat zich als vlammetjes over de hoofden van de aanwezigen verdeelt en hen vervolgens aansteekt, in vuur en vlam zet.

Als alles duister is, wordt een lichtend vuur ontstoken, dat nooit meer dooft. Zou dat het zijn? Pinksteren? Een vuur, dat nooit meer dooft? Het volgende verhaal kan ons misschien verder helpen in het verstaan van deze beelden:

In een klein kerkje in Bretagne hangen geen lampen. Het is binnen donker. Licht in de kerk is overdag het zonlicht en ’s avonds van de kaarsen en de olielampjes. Want iedere inwoner van het dorp die lid wordt van de kerk krijgt een olielampje in bruikleen. Als je verhuist, dan moet je het teruggeven. En als je vader of moeder sterft dan mag je het olielampje niet houden. Je moet het teruggeven aan de kerk. Als je niet naar de kerk gaat dan blijft het donker. We hebben het licht in bruikleen en het is de bedoeling dat wij het laten schijnen om anderen bij te lichten. Het niet voor onszelf houden. Ons laten aansteken door dit vuur. Het blijft donker, als je niet op pad gaat met je lichtje, hoe klein dan ook en je moet weten: al die kleine vlammetjes samen maken de wereld, het leven lichter, waar het donker was.

Zien en gezien worden. Elkaar in de ogen zien, dat kan alleen wanneer er voldoende licht is. God liet in Jezus Christus zijn licht in de wereld schijnen, opdat het nooit meer donker zou zijn. En wij? Wij kregen met Pinksteren van dat licht in bruikleen…

Ds Hans Noordeman