DoRe-gemeente Nijmegen e.o.

Vrij in geloof, verbonden in gemeenschap

Pastoraal Onderweg

Nu al weer zo’n 20 jaar (!) geleden bezochten mijn vrouw Marieke en ik op een rondreis door Italië de mooi gelegen stad Assisi. Vroeg opgestaan om de zon, die onbarmhartig fel scheen, op z’n minst een beetje voor te zijn, arriveerden wij in de ochtend bij de Franciscus-basiliek. De zon was er eerder dan wij.
Bij de ingang van de benedenkerk werden kaarsen verkocht om op te steken bij de crypte, waar Franciscus begraven ligt. Ook wij kochten kaarsen en schuifelden langs prachtige fresco’s van o.a. Giotto richting de crypte.
Een vriendelijke franciscaner broeder kwam ons tegemoet met een mand. Het was de bedoeling dat we daarin onze kaarsen deponeerden, dan zou hij verder wel voor alles zorgen. Het bleek dat de franciscanen een duurzame en ook lucratieve oplossing hadden gevonden voor de offerkaarsen voor Franciscus. Zodra de mand vol was ging een broeder ermee naar de ingang, waar de kaarsen opnieuw in de verkoop gingen.
Dat was mij (toen) te machtig (je bent een Hollander of je bent het niet). Ik besloot de kaarsen niet af te geven maar mee te nemen in de auto naar huis.
De zon stond inmiddels hoog aan de hemel; toen we de achterbak openden bleken de kaarsen gesmolten, er was alsnog een kaarsenoffer geweest…

Het Zonnelied is misschien wel het bekendste gedicht van Franciscus. Dit ‘lied van de schepselen’ schreef hij niet lang voor zijn dood in 1225. Een bewerking door Maarten Das vindt u in het nieuwe Liedboek als lied 742. Een loflied op broeder zon, zuster maan, broeder wind, zuster water, broeder vuur, zuster aarde en zuster dood.
Het bijzondere in het gewone, in alles om ons heen. De kaarsen, ik had ze moeten laten; tenslotte heeft de zon het laatste woord.

Enkele goede woorden, en het daarmee doen, gelijk Franciscus.

ds. Hans Noordeman